De Acropolis van Vougécourt
Bij aankoop van La Mirabelle bevindt zich achter de garage een geheimzinnig gebied wat volgens het kadaster 10 bij 10 meter groot moet zijn. Er groeien bomen en veel, heel veel klimop en bramen. Een echt doorkijkje is er niet, dus we kunnen onmogelijk inschatten wat we daar zullen aantreffen. We vermoeden wel veel andere troep tussen de woekerende bomen en planten. Of misschien vinden we wel een prinses die daar al honderd jaar slaapt. Tijdens 1 van de eerste weekeindes in La Mirabelle gaan we het onkruid en de woekerende bomen te lijf. Ik heb een paar snoeischaren en een takken-zaagje cadeau gekregen. Het is ons al snel duidelijk dat voor het ruimen van het gebied achter de garage grover geschut nodig is. De man en ik zijn leken op het gebied van bos- en tuinbouw. Ik heb alleen een stadstuin gehad en jaren geleden, in een ander leven, een volkstuintje. De man heeft alleen ervaring met 1 x per jaar onkruid trekken in de stadstuin van zijn ouderlijk huis en meekijken naar de Spaanse cactus- en vetplanten verzameling van het ouderlijk vakantiehuis aan de Costa Brava. We gaan dus een beetje onbeholpen van start met onze snoeischaar en zaagje, terwijl de situatie eigenlijk om een shovel vraagt.
In Vougécourt woont geen Prins die zich met een zwaard wil wagen aan het gebied, maar de buren adviseren om Pascal te vragen. Pascal is de plaatselijke gemeentewerker groenvoorziening en klusjesman van het dorp. Een joviale kerel met een woest uiterlijk. Type ruwe bolster, blanke pit, want Pascal is een lieverd die graag wil helpen. Als we in de kerstvakantie van 2019 aan hem vragen of hij het terrein kan leegtrekken belooft hij dat te doen als wij weer naar huis zijn. Ik markeer met rood-wit lint de bomen die ik graag wil behouden. De rest mag gerooid en afgevoerd.
Pascal houdt woord. Als we weer komen in februari 2020 met Zus en Zwager ligt er een indrukwekkende berg met grofvuil in het midden van de tuin. De heuvel wordt gevormd door afval van eerdere verbouwingen van het huis, 5 oude plastic zwembadjes, kapotte ballen, en meer onbestemde troep. Al het 'groen' uit die hoek is al afgevoerd door Pascal. Hij doet een beetje geheimzinnig waar hij het gelaten heeft, want hout verbranden mag niet. Er is nog een berg buiten het dorp bij de begraafplaats waar het groen van het dorp verbrand werd, maar dat is sinds kort ook verboden. Soms zien we nog wel illegale rookpluimen opstijgen op landjes, of bij het kasteel, maar wij wagen ons er niet aan. We willen natuurlijk niet bij bezoek 2 aan ons net verworven huis, het dorp al tegen ons in het harnas jagen.
Pascal geeft aan dat hij de rotzooi die nu nog in de tuin ligt niet kon afvoeren (lees verbranden) maar dat dit naar de stort gebracht moet worden. Onze keurige Volvo heeft geen trekhaak en de meeste voorwerpen op de berg passen ook niet in de achterbak. We weten dat wij dit niet alleen kunnen. Pascal wil wel rijden met zijn grote aanhanger. Eerst moet er een 'triage' of wel sortering van de bende zijn. Zus, zwager, de man en ik pluizen met vereende krachten de berg bende uit en maken stapeltjes: oud ijzer, glas, steen, hout, en overige. De man rijdt met Pascal zeker 4 x naar de stort, die een kwartiertje verderop blijkt te liggen. Pascal leert hem in de ritjes heen en weer vloeken in het frans, waarbij de man nu weet dat 'bordel' niet alleen bordeel betekent, maar meer nog, rotzooi of zelfs klotezooi. Naast 'kaput' een van de favoriete woorden van Pascal. Het gaat altijd gepaard met een gulle, bulderende lach en zijn zwarte pretogen glinsteren dan onder zijn grove krullen. Ondanks dat Pascal niet uit Bretagne komt, is het wel zoals ik me de Breton Gauvain uit het boek "Zout op mijn huid" voorstel.
Het terrein rondom het huis is niet vlak, en de hoogteverschillen naar de boventuin worden afgebakend door oude stenen muren. Sommige zijn nog in goede staat, maar als de hoek achter de garage is leeggeruimd zien we dat die muur in deplorabele toestand verkeert en eigenlijk op instorten staat. Als ik nog wat meer klimop eruit probeer te halen beginnen de stenen al te rollen en ontstaat er een gevaarlijke situatie. Er zit dus niks anders op dan de muur te laten vervangen, voordat hij instort en daarmee ook de oprit van de buurman ontwricht. Na wikken en wegen welke klussen als eerste gedaan moeten worden kiezen we voor de muur en het bouwen van een nieuw afdak voor het huis. We geven opdracht aan de plaatselijke aannemer. Hij is betrouwbaar en levert puik werk, want hij heeft voor de vorige bewoners ook al een muur gemaakt, terrassen gestort, en het dak vervangen en geïsoleerd. Bovendien heeft hij het hele huis destijds opnieuw gestuct en van goed zinkwerk voorzien.
Ook de aannemer stelt ons niet teleur. Door corona is alles vertraagd, maar als we begin augustus 2021 komen staat er een stralend witte strakke muur en ligt er een enorme berg met stenen en puin wat ooit de oude muur was. De bomen die half in de muur gegroeid waren of over de garage hingen zijn gerooid en liggen klaar om in stukken gezaagd te worden en te verworden tot brandhout.
De man heeft het plan opgevat om van de oude stenen een voorzet muur te metselen, zodat het uiteindelijk net lijkt of er een originele muur staat. De aannemer verklaart hem voor gek en kijkt meewarig naar de enorme berg stenen in de tuin. De man begint monter met uitzoeken en puzzelen. Een winter lang puzzelt hij in zijn hoofd aan de muur. Iedere keer als we er zijn, begeeft hij zich naar zijn Acropolis en graaft hij stenen uit de grote hoop, scheidt als een volleerd archeoloog stenen van puin en zand en langzaam maar zeker neemt de berg af. Er ontstaat er een soort van orde in de chaos.
Hoewel er tijdens deze vakantie eigenlijk andere klussen prioriteit hebben laat De Muur, de man niet los. Hij staat er meer op en hij gaat ermee naar bed. Hij weet inmiddels dat hij zand en cement kan halen in het dorp verderop. In een desolaat straatje, achter in het dorp ligt een terrein met een loods. Buiten de loods liggen hopen met zand en grind en staan er rijtjes dakpannen. In de loods liggen zakken met cement, kalk, en andere bouwmaterialen op willekeurige plekken op pallets. Aan de loods vast zit een klein, oud, krakkemikkig kantoortje waar een oude dame met geföhnd grijs permanent en keurige nagels zit. Bij haar kan je opgeven wat je gepakt hebt. Je betaalt het zand per schep.
De man begint met 50 scheppen zand en 1 zak cement. "Een proefstukje" belooft hij. Maar zoals het zo vaak gaat met klussen waar hij zich op stort, vanaf dat moment gaat het alleen nog maar over De Muur. Iedere vrije minuut wordt er specie gemaakt, stenen gezet, gepast en gemeten. Zwager puzzelt mee en de voorzetmuur vordert gestaag. Er volgen meer ritjes voor zand en cement. Nog 2 weken werk zegt de man en dan nog voegen. Ik zie zeker nog voor 2 muren stenen liggen en verzin vast nieuwe projecten. Nog een voorzetmuurtje maken van het huis naar de garage? Een pizza oven metselen? Een plantenbak bij het plaatsje van de oude kasseien? Dorpsgenoot JP suggereert om een klusruimte te bouwen achter de garage. Hij heeft nog een heel ingestort huis aan stenen in de aanbieding. Voorlopig sla ik die vriendelijk af. Eerst maar de Acropolis opruimen, voor we aan zijn Pompeï beginnen.

Reactie plaatsen
Reacties
Mooi verhaal weer. Heb je een foto waar de muur af is?